|
|
|
||
|
Speelveld ° rechthoekig 50/70 x 35/50 meter Het volledige reglement kan je hier vinden (bijlage 6) ° zie tekening voor juiste markeringen ° doelen 5 x 2 meter ° doelgebied 8 x 20 meter ° de aangewezen speeloppervlakte is gras |
|||
|
|||
1. Aantal spelers
° Het spel wordt gespeeld door 2 teams van elk 7 spelers, waarvan 1 de doelman
is.
° Een ploeg moet minimum met 5 spelers zijn om een wedstrijd te kunnen beginnen
en om hem uit te spelen.
° Bij niveau 4 mag de trainer of een begeleider onder bepaalde voorwaarden
passief meespelen. Hij mag echter niet
spelbepalend zijn, d.w.z. hij mag geen invloed hebben op het resultaat
wel op de kwaliteit van het spel, hij probeert alle spelers
te betrekken in de wedstrijd. De begeleider moet meer coachen dan
meespelen.
Er wordt steeds voor de wedstrijd afgesproken met de scheidsrechter en de
trainer van de tegenpartij indien er een begeleider
meespeelt.
Indien de rol van deze begeleider te bepalend wordt voor het niveau van
de ploeg, bvb. het verschil in doelpunten wordt te groot,
heeft de scheidsrechter het recht om de begeleider te vragen om het spel
te verlaten.
2. Aftrap – Begin van het spel
° De bal moet voorwaarts gepeeld worden vanaf het midden van het veld vooraleer
hij door een andere speler mag aangeraakt
worden.
3. Buitenspel
° De buitenspelregel wordt niet toegepast.
4. Vrijschoppen
° Bij het nemen van de rechtstreekse en de onrechtstreekse vrije trap moeten de
tegenstrevers op minimum 5 meter van de
bal staan.
° Bij een vrije trap, toegekend aan de verdedigende partij binnen haar eigen
doelgebied, zal de doelverdediger de bal in het
spel brengen door hem uit de handen rechtstreeks buiten het doelgebied te
gooien.
5. Strafschop
° Deze wordt genomen vanaf het 7-meterpunt.
6. Doelworp
° Als de bal, laatst aangeraakt door een tegenstrever, de doellijn overschrijdt
en er geen geldig doelpunt is gescoord, moet de
doelverdediger vanuit zijn doelgebied de bal terug in het spel brengen
door hem rechtstreeks buiten het doelgebied te gooien.
De bal is in het spel vanaf het moment dat hij het doelgebied verlaten
heeft. Deze regel geldt eveneens als de keeper de bal met
de handen opgevangen heeft terwijl hij nog in het spel was.
° Indien de doelverdediger na een doelworp of in de loop van het spel de bal uit
zijn doelgebied gooit, mag de bal niet verder
dan de middenlijn gegooid worden, tenzij hij voorafgaandelijk de grond of
een speler heeft geraakt.
° Indien bij toepassing van 62 hierboven er een inbreuk gebeurt, zal er een
onrechtstreekse vrije trap toegekend worden aan
de tegenstrevers vanaf eender welk punt op de middenlijn.
° Indien de doelverdediger tijdens het uitwerpen eender welke speler die zich
nog in het doelgebied bevindt raakt, wordt de
worp hernomen.
7. Intrap
° Als de bal volledig over de zijlijn gaat, moet hij terug in het spel getrapt
worden vanaf de plaats waar hij de lijn overschreed.
Dit gebeurt door een speler van de tegenpartij waarvan een speler laatst
de bal raakte.
° De bal moet stilliggen op de lijn voor hij getrapt wordt. De bal is terug in
het spel als hij een volledige omwenteling
voorwaarts gemaakt heeft.
° De tegenstrevers moeten op het moment van de intrap 5 meter van de bal
verwijderd staan.
° Men kan niet rechtstreeks scoren via een intrap.
° Na intrap van een medespeler mag de doelverdediger de bal niet met de handen
spelen voor een andere speler de bal
heeft geraakt. Bij inbreuk tegen deze regel zal er een indirecte vrije
schop toegekend worden aan de tegenstrevers op de
plaats van de overtreding, maar op minstens 5 m. van de doellijn.
° De keeper mag een terugspeelbal niet met de handen nemen. Bij inbreuk tegen
deze maatregel zal er een indirecte vrije
schop toegekend worden aan de tegenstrevers op de plaats van de
overtreding, maar op minstens op 5 m. van de doellijn.
8. Hoekschop
° Bij het nemen van de hoekschop staan de tegenstrevers op 5 meter.
9. Duur van de wedstrijden
° De duur van de wedstrijden is 2 x 25 minuten met 5 minuten rust.
10. Vervanging van spelers
° Het scheidsrechtersblad mag een onbeperkt aantal spelers bevatten.
° Vervangingen zijn onbeperkt en de spelers kunnen na hun vervanging weer
ingezet worden.
Een vervanging kan doorgevoerd worden als de bal uit het spel is.
De coach moet een teken geven aan de scheidsrechter of aan de lijnrechter
om aan te geven dat hij een vervanging wil
doorvoeren. Een wisselspeler kan slechts inkomen als de scheidsrechter de
toestemming heeft gegeven door teken te doen.
11. Uitrusting van de spelers
° Iedere ploeg heeft minimum twee uitrustingen die verschillen van kleur. In
geval van twee ploegen in onderling duel met
dezelfde kleur zal de thuisploeg van uitrusting wisselen.
° Beenbeschermers zijn verplicht.
° Metalen studs zijn niet toegelaten
° Het dragen van horloges, halskettingen, armbanden en piercings is niet
toegelaten.
12. Nummering van de spelers
° De uitrusting moet voorzien zijn van rugnummers.
13. Bal
° Bal nummer 5 wordt gebruikt.